De Nederlandse belasting op vermogen staat opnieuw op de politieke agenda. Het kabinet werkt aan een nieuw systeem voor box 3 waarbij niet langer wordt uitgegaan van een fictief rendement, maar van het daadwerkelijke rendement dat beleggers behalen. Dat blijkt uit recente Kamerbrieven van het ministerie van Financiën, waarin staatssecretaris Tjebbe van Oostenbruggen (Fiscaliteit) en zijn voorganger Marnix van Rij eerder al de contouren van het nieuwe stelsel schetsten.
Het plan is dat vanaf 2028 een systeem van vermogensaanwasbelasting wordt ingevoerd. Daarbij betalen beleggers belasting over het jaarlijkse rendement op hun vermogen, zoals rente, dividend en waardestijgingen. Tegelijkertijd onderzoekt het kabinet hoe het systeem daarna verder kan worden doorontwikkeld naar een vermogenswinstbelasting, waarbij belasting pas wordt betaald wanneer winst daadwerkelijk wordt gerealiseerd.
Deze discussie volgt op de eerdere uitspraak van de Hoge Raad in 2021, die het oude box-3-systeem onrechtmatig verklaarde omdat het fictieve rendement niet altijd aansloot bij de werkelijke opbrengsten van beleggers.
Overgang naar belasting op werkelijk rendement
Het nieuwe stelsel moet volgens het kabinet beter aansluiten bij het daadwerkelijke rendement van beleggers. In plaats van een vast percentage waarover belasting wordt berekend, kijkt de Belastingdienst dan naar de echte opbrengsten uit vermogen.
Daarbij gaat het bijvoorbeeld om:
- Rente op spaargeld
- Dividend uit aandelen
- Huurinkomsten uit vastgoed
- Waardestijging van beleggingen
Het kabinet verwacht dat een dergelijke systematiek eerlijker is, omdat beleggers met een lager rendement ook minder belasting betalen.
Tegelijkertijd brengt het nieuwe systeem praktische uitdagingen met zich mee. Het berekenen van werkelijk rendement is administratief complexer, zowel voor beleggers als voor de Belastingdienst. Daarom wordt het wetsvoorstel mogelijk nog op verschillende punten aangepast voordat het definitief wordt ingevoerd.
Aanpassingen rond verliesverrekening en startups
Een van de voorstellen waar het kabinet naar kijkt, is het invoeren van achterwaartse verliesverrekening vanaf 2029. Daarmee zouden beleggers verliezen uit een bepaald jaar kunnen verrekenen met winsten uit het jaar daarvoor. Dat moet voorkomen dat belasting wordt betaald over rendement dat later weer verdwijnt door koersdalingen.
Daarnaast werkt het kabinet aan een nieuwe definitie van startende ondernemingen binnen box 3. De huidige regels sluiten volgens beleidsmakers onvoldoende aan bij de realiteit van startups en snelgroeiende technologiebedrijven. Voor deze categorie bedrijven komt daarom een aangepaste regeling, waarover in 2026 een consultatie wordt gehouden. Beleggers die veilig investeren in ons zakelijk hypothekenfonds hebben daar gelukkig niet mee te maken.





