Steeds meer jongeren ontdekken de kracht van vroeg beginnen met beleggen. Waar babyboomers vaak pas halverwege de dertig hun eerste stappen zetten, kiest Generatie Z er gemiddeld al op 19-jarige leeftijd voor om te investeren.
Uit de Modern Wealth Survey 2024 van Charles Schwab blijkt dat de gemiddelde instapleeftijd in de Verenigde Staten inmiddels is gedaald naar 30 jaar. Dat is een aanzienlijk verschil met eerdere generaties en heeft grote gevolgen voor de uiteindelijke vermogensopbouw.
Gen Z: beleggen als vanzelfsprekendheid
Generatie Z (1997–2012) is opgegroeid in een digitaal tijdperk waarin toegang tot informatie en financiële tools overal beschikbaar is. Handelsapps en fractioneel beleggen maken de drempel laag: met enkele euro’s of dollars kan al worden deelgenomen aan de beurs.
Daarnaast speelt financiële educatie een grotere rol dan ooit. Bijna drie op de tien Gen Z’ers kreeg al op school les over beleggen. Dat vertaalt zich in een vroege start en een mentaliteitsverandering: beleggen wordt niet meer gezien als iets voor de elite, maar als een basisonderdeel van financiële zelfstandigheid.
De impact van deze vroege deelname is groot. Wie vanaf zijn 19e jaarlijks €10.000 zou beleggen tegen 6% gemiddeld rendement, kan rond zijn 65e uitkomen op meer dan €2,3 miljoen, waarvan ruim 80% bestaat uit rendement. Tijd in de markt blijkt daarmee de grootste vriend van jonge beleggers.
Millennials: de digitale overgangsgeneratie
Millennials (1981–1996) begonnen gemiddeld rond hun 25e met beleggen. Zij groeiden op in een grotendeels analoge jeugd, maar kregen in hun volwassen leven te maken met de digitale revolutie. Apps, robo-advisors en ETF’s maken deze generatie tot de digitale brug tussen oud en nieuw.
Hun beleggingsgedrag is bovendien sterk gevormd door gebeurtenissen als de kredietcrisis en een onzekere arbeidsmarkt. Veel millennials beseffen dat ze niet volledig kunnen vertrouwen op werkgeverspensioenen of sociale zekerheid. Beleggen wordt door hen eerder gezien als noodzaak dan als luxe.
Ook zij profiteren van een relatief vroege start. Wie vanaf zijn 25e dezelfde jaarlijkse inleg van €10.000 aanhoudt, kan op zijn 65e rekenen op ongeveer €1,68 miljoen. Dat is aanzienlijk, maar wel bijna €640.000 minder dan iemand die zes jaar eerder begon.
Generatie X: later, maar kapitaalkrachtiger
Generatie X (1965–1980) zette gemiddeld pas rond hun 32e de eerste stappen op de beurs. Voor velen kwam beleggen pas in beeld toen er meer financiële ruimte was, bijvoorbeeld na de aankoop van een huis of het opbouwen van een carrière.
Dat betekent wel dat zij relatief minder profiteren van het rente-op-rente-effect. Hun eindkapitaal blijft daardoor achter vergeleken met jongere generaties, zelfs wanneer zij later grotere bedragen kunnen inleggen.
Babyboomers: de nadruk op bescherming
Babyboomers (1946–1964) begonnen gemiddeld pas op hun 35e met beleggen. Dat had deels te maken met de context van hun tijd: stabiele banen, werkgeverspensioenen en sociale voorzieningen boden een vangnet waardoor beleggen minder urgent leek.
Tegenwoordig beleggen veel babyboomers nog steeds actief, maar hun strategie is veranderd. Met het pensioen in zicht ligt de nadruk op behoud van vermogen en stabiele inkomsten. Dividendbeleggingen, obligaties en defensieve sectoren zijn favoriet.
De rode draad: elk jaar telt
De verschillen tussen generaties laten duidelijk zien hoe belangrijk de factor tijd is. Een verschil van zes of tien jaar in startleeftijd kan aan het einde van de rit tonnen schelen in opgebouwd vermogen. Toch betekent dat niet dat het voor oudere beleggers te laat is. Consequent investeren, ook met een kortere horizon, blijft lonend.
Een voorbeeld daarvan is het zakelijk hypothekenfonds van Pearl Capital. Ons fonds biedt een vast rendement op basis van zakelijke vastgoedfinancieringen. Daarmee kan het dienen als stabiele aanvulling voor jonge beleggers die risico’s willen spreiden, maar ook voor oudere generaties die juist bescherming en kasstromen zoeken. Investeren met een vast rendement is daarom een goed idee.





