De Tweede Kamer heeft onlangs besloten een eerder aangekondigde verhoging van de vermogensrendementsheffing in box 3 gedeeltelijk terug te draaien. Toch blijft het fiscale stelsel voor veel particuliere beleggers zwaar drukken op het netto rendement. Vooral beleggingen die traditioneel worden gezien als defensief, zoals staatsobligaties, bedrijfsobligaties en gespreide vastrentende fondsen, komen niet altijd boven het fictieve rendement uit dat de Belastingdienst hanteert.
Vanaf 2026 past de fiscus voor alle niet-spaartegoeden een forfaitair rendement van 6 procent toe. Over dat bedrag wordt 36 procent belasting geheven. In de praktijk betekent dit dat beleggers jaarlijks ongeveer 2,2 procent van hun vermogen afdragen, ongeacht het daadwerkelijk behaalde rendement. Dat percentage is lager dan in eerdere voorstellen, maar nog steeds hoog genoeg om veel vastrentende beleggingen fiscaal onaantrekkelijk te maken.
Staatsobligaties leveren na belasting en inflatie nauwelijks nog bescherming
Staatsobligaties vormden jarenlang een vanzelfsprekend onderdeel van een defensieve portefeuille. De rente op tienjaarsleningen van landen met een hoge kredietwaardigheid ligt echter nog altijd op een relatief laag niveau. Nederlandse staatsobligaties bewegen rond de 2,8 procent, vergelijkbaar met Duitsland en iets hoger dan Zwitserland of Japan.
Omdat de nettoheffing in box 3 rond dezelfde hoogte ligt, blijft er voor beleggers in staatsleningen vrijwel niets over. Wanneer de inflatie, die de afgelopen jaren rond de 3 procent schommelde, wordt meegerekend, ontstaat zelfs een negatief reëel rendement. Daarmee vervalt voor veel huishoudens de functie van staatsobligaties als veilige buffer in hun portefeuille.
Bedrijfsobligaties bieden beperkt extra rendement
Wie op zoek is naar een iets hogere rente, komt uit bij bedrijfsobligaties met een solide kredietbeoordeling. Grote internationale ondernemingen brengen schuldpapier uit met rentes tussen ongeveer 3 en 3,2 procent. Ook indexfondsen die breed gespreid vastrentend papier aanhouden, komen gemiddeld rond dit niveau uit.
Na aftrek van de box-3-heffing blijft een netto rente over van circa één procent, terwijl ook deze beleggingen gevoelig blijven voor renteontwikkelingen en kredietrisico. Daarmee bieden ze onvoldoende tegenwicht tegen inflatie en belastingdruk. Voor defensieve beleggers die waarde willen behouden, levert dit een uitdagend speelveld op.
Fiscale prikkels zetten klassieke portefeuille-opbouw onder druk
Het feit dat zowel laag- als hoogrisicobeleggingen fiscaal gelijk worden behandeld, heeft volgens veel financieel deskundigen een onbedoeld effect: voorzichtige beleggers lopen grotere kans op verlies. Staats- en bedrijfsobligaties, traditioneel bedoeld als stabilisator, leveren na belasting en inflatie vaak te weinig op. Hierdoor verschuiven portefeuilles vaker richting aandelen en liquiditeiten, wat de balans tussen risico en zekerheid onder druk zet.
De klassieke mix van aandelen en obligaties, die lange tijd als betrouwbaar uitgangspunt gold, werkt daardoor minder goed. De middenweg tussen risicomijdend en offensief beleggen wordt kleiner. Bij ons kunt u investeren met een vast rendement van 6% per jaar, waarbij u weinig risico loopt dankzij de zekerheden die we bieden.





