Op 14 maart 2025 heeft het kabinet een wetsvoorstel ingediend bij de Tweede Kamer dat voorziet in een tegenbewijsregeling voor de belastingheffing in box 3. Deze regeling biedt belastingplichtigen de mogelijkheid om hun daadwerkelijk behaalde rendement aan te tonen wanneer dit lager is dan het forfaitaire rendement dat door de Belastingdienst wordt gehanteerd.
In dergelijke gevallen kunnen zij aanspraak maken op teruggave van te veel betaalde belasting. Het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’, dat hiervoor gebruikt dient te worden, zal naar verwachting vanaf de zomer van 2025 beschikbaar zijn via Mijn Belastingdienst. Deze tijdelijke maatregel blijft van kracht tot de geplande invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 in 2028.
Invoering van de tegenbewijsregeling
De aanleiding voor deze wetswijziging ligt in het zogenoemde Kerstarrest van de Hoge Raad uit 2021, waarin werd geoordeeld dat de belastingheffing in box 3 vanaf 2017 in strijd is met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Als reactie hierop werd de Wet rechtsherstel ingevoerd. Echter, in juni 2024 oordeelde de Hoge Raad dat dit rechtsherstel in bepaalde situaties onvoldoende was en dat belastingplichtigen het recht hebben om hun werkelijk behaalde rendement aan te tonen. Het huidige wetsvoorstel beoogt deze uitgangspunten van de Hoge Raad wettelijk vast te leggen.
Belastingplichtigen hoeven op dit moment nog geen actie te ondernemen. Het formulier ‘Opgaaf werkelijk rendement’ wordt naar verwachting in de zomer van 2025 beschikbaar gesteld via Mijn Belastingdienst. Met dit formulier kunnen zij het werkelijk behaalde rendement vanaf 2017 aantonen. De Belastingdienst zal ondersteuning bieden bij het invullen van dit formulier, onder andere via brieven, informatie op de website en persoonlijke hulp op belastingkantoren of steunpunten. Vanaf de aangifte over 2025 wordt de mogelijkheid tot tegenbewijs geïntegreerd in de reguliere aangifte inkomstenbelasting.
Bepaling van het werkelijke rendement
In het huidige box 3-stelsel wordt gewerkt met een forfaitair rendement, een vast percentage dat is gebaseerd op het verwachte rendement over het vermogen. Deze percentages worden jaarlijks aangepast om zo goed mogelijk aan te sluiten bij het werkelijke rendement. Met de nieuwe tegenbewijsregeling kunnen belastingplichtigen per jaar hun daadwerkelijke rendement aantonen. Als dit lager is dan het forfaitaire rendement, hebben zij recht op teruggave van de te veel betaalde belasting. Wanneer het werkelijke rendement hoger is dan het forfaitaire rendement, is er geen verplichting om bij te betalen.
De Hoge Raad heeft richtlijnen gegeven voor wat onder werkelijk rendement moet worden verstaan. Dit omvat onder andere ontvangen en verschuldigde rente, ontvangen dividend op aandelen en huurinkomsten van bijvoorbeeld een verhuurde vakantiewoning. Ook waardestijgingen of -dalingen van het vermogen worden meegenomen. Bij het bepalen van het werkelijke rendement voor aanvullend herstel kunnen verliezen niet worden verrekend met andere kalenderjaren. Daarnaast wordt geen rekening gehouden met kosten, zoals advieskosten voor de aankoop van beleggingen of onderhoudskosten voor een vakantiewoning. Een waardestijging van een bezitting als gevolg van investeringen, zoals de verbetering of uitbreiding van een vakantiewoning, wordt niet beschouwd als onderdeel van het rendement.
De Hoge Raad heeft aangegeven dat het eigen gebruik van onroerende zaken, zoals een vakantiehuis, in principe tot het rendement behoort dat wordt belast in box 3. Het kabinet heeft echter besloten dat dit rendement voor de jaren 2017 tot en met 2025 niet hoeft te worden opgegeven bij het leveren van tegenbewijs. Voor de jaren 2026 en 2027 moet dit wel worden opgegeven.
Belasting op beleggingen
Het kabinet streeft naar een belastingstelsel waarin het werkelijke rendement wordt belast. De invoering van dit nieuwe stelsel, de Wet werkelijk rendement box 3, is gepland voor 2028. Het streven is om het wetsvoorstel voor deze wet binnen enkele weken in te dienen bij de Tweede Kamer.
Met de introductie van de tegenbewijsregeling in box 3 zet het kabinet een belangrijke stap in het bieden van aanvullend rechtsherstel aan belastingplichtigen. Deze tijdelijke maatregel stelt hen in staat om hun werkelijk behaalde rendement aan te tonen en, indien dit lager is dan het forfaitaire rendement, te veel betaalde belasting terug te krijgen. Dit initiatief volgt op uitspraken van de Hoge Raad en vormt een overbrugging naar de geplande invoering van de Wet werkelijk rendement box 3 in 2028, waarmee het kabinet streeft naar een eerlijker en transparanter belastingstelsel voor inkomen uit sparen en beleggen.